Het verschil tussen deze oesters zit in het groeiproces, het uiterlijk en de smaak.
Tafeloesters worden gekweekt op zogenaamde oestertafels. De oesters zitten in een soort net waarmee ze vastliggen op de oestertafel. Dat voorkomt dat de oesters door de golven wegslaan. Het getij gaat over de tafels heen en voorziet de oesters van nutriënten. De tafeloester heeft een robuuste, langwerpige schelp. De tafeloester heeft een delicate smaak met een lichte zilte ondertoon.
De Zeeuwse creuses worden op de bodem van de Oosterschelde gekweekt. Door hun bodemkweek ontwikkelen de oesters een stevige, gekartelde schelp. De Zeeuwse creuse heeft een rijke, uitgesproken zilte smaak.
De platte oester is de meest exclusieve soort. Ze hebben een ronde, platte schelp en zijn grijzer van kleur dan de andere oesters. Platte oesters hebben een zilte, nootachtige smaak.